Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • COLUMN - De echte besparingsinspanningen moeten nog gebeuren
Bart Van Craeynest
  • 14/06/2019

COLUMN - De echte besparingsinspanningen moeten nog gebeuren

Zowel het Planbureau als de Nationale Bank maakten vorige week nog maar eens duidelijk dat de volgende regering voor een zware budgettaire opgave staat. Het begrotingstekort loopt op korte termijn op tot 10 à 11 miljard euro. Daarmee bevestigen ze de pijnlijke begrotingscijfers die voor de verkiezingen al gekend waren, maar waarop geen enkele partij tijdens de campagne een ernstig antwoord formuleerde. Zonder inspanningen neemt dat tekort de volgende jaren alleen maar verder toe door de impact van de vergrijzing op de overheidsuitgaven voor pensioenen en zorg. Nog voor de volgende regering werk kan gaan maken van alle verkiezingsbeloftes ligt er dus al een zware factuur te wachten. Dat schrijft Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Voka. 

De voor de hand liggende vraag is dan natuurlijk hoe de volgende regering dat tekort kan aanpakken. Sommige partijen kijken daarvoor richting extra belastinginkomsten. De totale overheidsontvangsten in België worden voor 2019 evenwel nog altijd op 51% van het bbp geraamd. Dat blijft na Denemarken, Frankrijk en Finland de hoogste van Europa. Andere partijen denken eerder aan besparingen. Daar liggen allicht meer mogelijkheden. Een vergelijking van de totale overheidsuitgaven en de kwaliteit van de overheidsdiensten in brede zin geven steevast hetzelfde beeld: de Belgische overheidsuitgaven zijn hoog, terwijl de kwaliteit van de dienstverlening die daar tegenover staat eerder middelmaat is. Dat patroon komt terug voor verschillende indicatoren van de kwaliteit van de overheid. En ook voor verschillende takken van de overheid: voor zorg, onderwijs, justitie, veiligheid, openbaar vervoer, … Telkens zijn er meerdere andere landen, waaronder Nederland en Duitsland, waar de overheid een hogere kwaliteit levert voor lagere uitgaven. Gezien de belangrijke budgettaire uitdagingen moet de volgende regering ook die richting uit. 

In plaats van de quasi-continue roep om meer middelen moeten de verschillende takken van de overheid efficiënter omgaan met de huidige middelen, en zelfs de kwaliteit van de diensten op peil kunnen houden met minder middelen. Dat botst met de retoriek van de voorbije jaren over de ‘keiharde’ besparingen. Die retoriek gaat voorbij aan het feit dat de totale overheidsuitgaven nog altijd meer dan 52% van het bbp bedragen, de derde hoogste van Europa. De structurele besparingen tijdens de voorbije legislatuur bedroegen net iets meer dan 1% van het bbp. Besparingsinspanningen zijn nooit makkelijk, maar er is zeker geen sprake van ‘kapotbespaard’ of ‘bespaard tot op het bot’. De echte besparingsinspanningen moeten de komende jaren nog gebeuren. De vergelijking met andere landen geeft alvast aan dat dat mogelijk moet zijn. 

Contactpersoon

Bart Van Craeynest

Hoofdeconoom

ING
SD Worx